Moleculaire diagnostiek van netvliesaandoeningen

"De onderstaande notitie is nog niet geaccordeerd door de Algemene Ledenvergadering van Retina Nederland".

We behandelen de volgende onderwerpen:
Postnatale diagnostiek
Prénatale diagnostiek
Ethische aspecten Praktische mogelijkheden
Routinematige DNA diagnostiek
Beperkte routinematige DNA diagnostiek mogelijk
Moleculaire analyse vooralsnog in onderzoeksprojecten
Overige analyses
Nadere informatie

Retinitis Pigmentosa (RP) en andere vormen van retina degeneratie die zich manifesteren voor het 50e levensjaar zijn meestal erfelijke aandoeningen. Dit betekent dat de oorzaak van deze ziekten zich bevindt in het erfelijk materiaal, de genen. Er worden steeds meer genen die betrokken zijn bij het ontstaan van retina degeneratie geïdentificeerd waardoor er steeds meer mogelijkheden voor moleculaire diagnostiek komen. We onderscheiden hierbij twee hoofdvormen:
  1. Postnatale diagnostiek


    Bij postnatale diagnostiek wordt onderzoek verricht m.b.v. h et erfelijke materiaal van volwassenen, en in sommige gevallen, kinderen. Hierbij kunnen er verschillende vraagstellingen zijn:

    1. Draagsterschapsdetectie.
      Bij X-chromosomale ziekten kan het van belang zijn om te weten of een vrouw draagster is van een gendefect. In dat geval hebben haar kinderen 50% kans dit defect te erven. Een voorbeeld: stel in een gezin vertonen twee broers RP, zijn hun twee zussen gezond en hebben hun ouders beiden geen oogklachten. Er bestaat een grote kans dat de ziekte in dit gezin autosomaal recessief of X-chromosomaal overerft. Bij X-chromosomale overerving zullen alle toekomstige dochters van de broers draagster zijn van het gendefect en hebben toekomstige zonen van de twee zussen indien zij een X-chromosomaal gendefect dragen, 50% kans op RP. Indien het autosomaal recessieve overerving betreft is de kans dat nakomelingen RP krijgen heel klein (kleiner dan 1%). In dit geval kan het aantonen van een X-chromosomaal gendefect dus zekerheid geven t.a.v. het herhalingsrisico en kan er, indien gewenst, worden nagedacht over mogelijkheden van prenatale diagnostiek.


    2. Bevestiging van klinische diagnose.
      Bij erfelijke oogziekten die gedurende het leven steeds ernstiger worden (zoals RP) heeft een oogarts vaak al in een vroeg stadium een vermoeden om welke ziekte het gaat. Ook wordt vaak een beeld waargenomen dat gelijkenis heeft met een reeds bekend ziektebeeld. Om zekerheid te krijgen over de aard van de oogziekte en om een betere inschatting te maken van het ziektebeloop (b.v. mate van progressie) kan het van belang zijn om bij een dergelijke patiënt op grond van het oorzakelijke gendefect een moleculaire diagnose te stellen.


    3. Bevestiging van overervingsvorm.
      RP erft zowel autosomaal recessief, autosomaal dominant o f X-chromosomaal over. In sommige gevallen, met name bij sporadische patiënten, kan het van belang zijn de overervingsvorm te bepalen waardoor er een accuratere inschatting gemaakt kan worden van het herhalingsrisico van RP voor familieleden of kinderen van de patiënt.

    terug naar het begin van de pagina

  2. Prénatale diagnostiek

    Bij prenatale diagnostiek wordt er onderzoek verricht m.b.v. van het erfelijk materiaal van de ongeboren vrucht. Hiervoor wordt celmateriaal van het ongeboren kind afgenomen m.b.v. een zogenaamde vlokkentest (in de 10e t/m de 14e zwangerschapsweek) of een vruchtwaterpunctie (in de 16e zwangerschapsweek). Voor de moleculaire diagnostiek wordt DNA geïsoleerd uit het celmateriaal.
terug naar het begin van de pagina

Ethische aspecten

Met name de ethische aspecten van voorlichting over erfelijke aandoeningen, alsmede van prenataal onderzoek en de consequenties daarvan, geven vaak aanleiding tot emotionele discussies. Hierop inspelend heeft het bestuur van Retina Nederland besloten de volgende standpunten op papier te stellen. Hierbij is gebruik gemaakt van de standpunten die de VSOP in deze heeft geformuleerd en welke door Retina Nederland volledig worden onderschreven.
  1. Erfelijkheidsonderzoek wordt verricht ten behoeve van individuele erfelijkheidsvoorlichting en beoogt mensen in staat te stellen een bewuste en weloverwogen keuze te maken inzake levensplan en gezinsvorming.
  2. Erfelijkheidsonderzoek en -voorlichting horen nooit ten dienste te staan van een op 'genetische verbetering' gericht gezondheidsbeleid, maar staan uitsluitend ten dienste van individuele betrokkenen bij aangeboren en erfelijke aandoeningen.
  3. Het aanbieden of gebruik maken van faciliteiten voor erfelijkheidsonderzoek en -voorlichting m.b.t. RP houdt nooit een waardeoordeel in over het bestaan en het leven van mensen met RP. Evenmin houdt een eventueel afbreken van de zwangerschap een dergelijk waardeoordeel in.
  4. Er mag geen dwang of drang op mensen uitgeoefend worden om van voorlichtings- en onderzoeksfaciliteiten gebruik te maken. Deze faciliteiten dienen echter wel binnen bereik te zijn van een ieder die daar gebruik van wil maken.
  5. Erfelijkheidsvoorlichting dient non-directief te zijn; de voorlichter dient zelfs de schijn van beïnvloeding van degenen die informatie vragen te vermijden.
  6. Preconceptioneel onderzoek verdient waar mogelijk de voorkeur boven prenataal onderzoek.
  7. Aan het verrichten van prenataal onderzoek mag nooit de voorwaarde verbonden zijn, dat de aanvragers bereid dienen te zijn de zwangerschap te doen afbreken wanneer een (aanleg voor) retina degeneratie wordt geconstateerd.
  8. Voorafgaand aan het erfelijkheidsonderzoek dienen de betrokkenen uitdrukkelijk hun toestemming te verlenen, nadat zij volledig en begrijpelijk geïnformeerd zijn over tenminste:
    • de te verwachten gang van zaken
    • de aard van het onderzoek
    • de aard van de mogelijke uitkomsten
    • de wijze waarop die uitkomsten meegedeeld zullen worden
    • hun recht volledig geïnformeerd te worden
    • hun recht informatie of delen daarvan niet te willen vernemen
    • de wijze waarop bij dit alles begeleiding kan worden geboden
    • de wijze waarop de persoonlijke levenssfeer is gewaarborgd
  9. Gegevens, die worden verkregen uit erfelijkheidsonderzoek, mogen zonder toestemming van de betrokkenen niet beschikbaar worden gesteld aan derden.
terug naar het begin van de pagina

Praktische mogelijkheden

Moleculaire diagnostiek is niet routinematig mogelijk voor alle erfelijke oogziekten. Bij ziektebeelden waarbij er sprake is van een zeer karakteristiek oogbeeld en er maar één of een klein aantal oorzakelijke genen bekend zijn, kan er vaak volledige of gedeeltelijke moleculaire analyse (DNA diagnostiek) plaatsvinden. Bij sommige erfelijke oogziekten, zoals bij recessieve en dominante vormen van RP, kan het erfelijke defect zich in één van wel 20 verschillende genen bevinden. Momenteel is een dergelijke analyse niet betaalbaar. Wel is het dikwijls mogelijk om bloed af te staan in het kader van onderzoeksprojecten waarbij niet-systematisch wordt gezocht naar het gendefect en er op korte termijn geen resultaat verwacht kan worden.

In alle Klinisch Genetische Centra van Nederland kan advies worden ingewonnen t.a.v. de mogelijkheden van DNA diagnostiek. Moleculaire analyse concentreert zich momenteel met name in het Universitair Medisch Centrum St Radboud te Nijmegen (afdeling Antropogenetica) en het Interuniversitair Oogheelkundig Instituut te Amsterdam (afdeling Ophthalmogenetica). Hieronder volgen de belangrijkste erfelijke retina ziekten en de huidige mogelijkheden van moleculaire diagnostiek in Nederland.

terug naar het begin van de pagina

Routinematige DNA diagnostiek

terug naar het begin van de pagina

Beperkte routinematige DNA diagnostiek mogelijk (minder dan 50% van de oorzakelijke defecten kan worden opgespoord):

terug naar het begin van de pagina

Moleculaire analyse vooralsnog in onderzoeksprojecten

(routinematige DNA diagnostiek pas mogelijk als gendefect is gevonden): terug naar het begin van de pagina

Overige analyses

Overige analyses kunnen vaak na overleg wel in het buitenland plaatsvinden. Om in aanmerking te komen voor DNA diagnostiek kan de patiënt via de huisarts of oogarts een verwijzing vragen voor een erfelijkheidsadvies van een klinisch geneticus in een van de klinisch genetische centra. De klinisch geneticus zal in samenspraak met de patiënt bekijken of een moleculaire analyse zinvol en mogelijk is. In principe worden de kosten van DNA diagnostiek vergoed via het ziekenfonds of particuliere verzekeringen. Indien de patiënt een eigen risico heeft zal hij dit moeten betrekken in zijn afweging. Sommige particuliere verzekeringen vergoeden moleculaire diagnostiek niet standaard.

terug naar het begin van de pagina

Nadere informatie

Nadere informatie kunt u vinden op de website van het interuniversitair oogheelkundig instituut
Medische Advies Commissie Retina Nederland, 4 september 2003.

terug naar het begin van de pagina